ECLI:NL:GHAMS:2018:598
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens beëindiging alcoholslotprogramma
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is gebleken dat het Centraal Bureau Rijbewijzen aan verdachte een bestuursrechtelijke maatregel heeft opgelegd, namelijk het alcoholslotprogramma, vanwege rijden onder invloed op 14 februari 2013. De verdachte heeft niet deelgenomen aan dit programma, waardoor hij zijn rijbewijs niet kon terugkrijgen.
De uitvoering van het alcoholslotprogramma is per 21 september 2016 beëindigd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, mede naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Pas na deze beëindiging kon de verdachte een procedure starten om een nieuw rijbewijs te verkrijgen.
Volgens vaste jurisprudentie is strafvervolging wegens rijden onder invloed niet toegestaan indien de verdachte al onherroepelijk is verplicht tot deelname aan het alcoholslotprogramma. Het hof onderzocht of dit vervolgingsbeletsel ook geldt nu het alcoholslotprogramma is beëindigd. Het hof oordeelt dat dit afhankelijk is van de omstandigheden, met name of de verdachte onherstelbare gevolgen van de maatregel heeft ondervonden.
In deze zaak is het rijbewijs van verdachte lange tijd ongeldig verklaard en heeft hij pas na ruim drieënhalf jaar een procedure kunnen starten voor een nieuw rijbewijs. Deze onherstelbare gevolgen maken dat strafvervolging in strijd is met de beginselen van een goede procesorde.
Het hof verklaart daarom het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens rijden onder invloed vanwege beëindiging van het alcoholslotprogramma.