ECLI:NL:GHAMS:2018:503
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beleidssepot wegens gering feit
Appellant verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand ten behoeve van een strafzaak die werd geseponeerd vanwege een gering feit. De rechtbank wees dit verzoek af omdat appellant volgens haar de kosten aan zichzelf te wijten zou zijn en geen gronden van billijkheid waren gesteld.
Het hof oordeelde dat het enkel feit dat de zaak is geseponeerd wegens geringe ernst onvoldoende is om de kosten voor rekening van appellant te laten komen. De omstandigheden van de aanhouding waren onduidelijk en er waren geen aanwijzingen dat appellant schuld had aan de gemaakte kosten.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en kende het een vergoeding van € 2.199,00 toe aan appellant, te betalen uit ’s Rijks kas. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het verzoek toegekend.
Uitkomst: Het hof kent appellant een vergoeding van € 2.199,00 toe voor gemaakte kosten rechtsbijstand na beleidssepot wegens gering feit.