Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in een zaak over de diefstal van een bromfiets op 7 november 2017 te Hoofddorp. Verdachte werd ervan beschuldigd de bromfiets, eigendom van de benadeelde partij, weggenomen te hebben met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
Tijdens het hoger beroep beoordeelde het hof onder meer camerabeelden waarop de diefstal zou zijn vastgelegd. Twee verbalisanten herkenden verdachte op deze beelden, maar het hof oordeelde dat de kwaliteit van de beelden onvoldoende was voor een betrouwbare herkenning. Ook andere aanwijzingen voor betrokkenheid van verdachte ontbraken. De herkenning door de verbalisanten werd onvoldoende bewijskracht toegekend, ondanks eerdere politiecontacten met verdachte.
Daarom sprak het hof verdachte vrij van de tenlastelegging. De benadeelde partij had een schadevergoeding van € 2.663,00 gevorderd, waarvan in eerste aanleg € 1.950,00 was toegewezen. Omdat verdachte niet schuldig werd bevonden, werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Het arrest werd uitgesproken op 18 oktober 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.