ECLI:NL:GHAMS:2018:4720
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens ontbreken ernstige bezwaren
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van de officier van justitie behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die de gevangenhouding van verdachte had afgewezen. Het hof heeft de stukken inzake de voorlopige hechtenis bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord. De verdediging heeft een mondeling schorsingsverzoek ingediend.
Het hof heeft de bezwarende omstandigheden van het openbaar ministerie afgewogen tegen de ontlastende omstandigheden die door de verdediging zijn aangevoerd en deels onderbouwd. Het hof constateert dat het openbaar ministerie niet heeft aangetoond dat er ernstige bezwaren zijn die voorlopige hechtenis rechtvaardigen. Er is geen aanwijzing dat nader onderzoek naar de ontlastende omstandigheden heeft plaatsgevonden.
Daarom oordeelt het hof dat er geen ernstige bezwaren zijn voor de inbewaringstelling van verdachte en wijst het het hoger beroep van het openbaar ministerie af. De beschikking is gegeven in raadkamer op 17 oktober 2018 door de voorzitter en raadsheren van het hof.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep tegen de afwijzing van voorlopige hechtenis af wegens het ontbreken van ernstige bezwaren.