ECLI:NL:GHAMS:2018:4673
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren en recidive
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis had afgewezen. De verdachte verbleef in het Justitieel Complex Zaanstad en werd verdacht van geweldsdelicten en winkeldiefstal.
Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte met zijn raadsvrouw. Het hof bevestigde de ernstige bezwaren tegen de verdachte, waaronder het toebrengen van een gebroken scheenbeen aan het slachtoffer door schoppen, wat valt onder artikel 312 Sr Pro. De zogenaamde kleine recidivegrond werd door het hof verworpen omdat het delict niet onder de wettelijke categorie valt.
Daarnaast achtte het hof de vrees gerechtvaardigd dat de verdachte bij invrijheidstelling opnieuw een ernstig misdrijf zal plegen, mede gezien zijn eerdere justitiële documentatie met betrekking tot winkeldiefstallen. Er was geen aanleiding om de onderzoeksgrond toe te voegen aan het bevel tot gevangenhouding. Het hof concludeerde dat geen omstandigheden aanwezig zijn die voorlopige hechtenis zouden moeten opheffen en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis van verdachte wegens ernstige bezwaren en recidivegevaar.