ECLI:NL:GHAMS:2018:4651
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Verzoek om vergoeding rechtsbijstandskosten afgewezen behalve voor verzoekschriftprocedure
Verzoeker, een politieagent, diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in een klaagschriftprocedure en in de daaropvolgende verzoekschriftprocedure. Het hof beoordeelde de ontvankelijkheid van het verzoek en oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend, omdat onduidelijk was wanneer verzoeker kennis nam van de beschikking van 6 juni 2018.
De kosten van de rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure werden door de werkgever, de politie, gedragen. Volgens het arrest van de Hoge Raad van 4 september 2018 vormt dit geen beletsel voor vergoeding. Echter, bij de beoordeling van billijkheid speelt mee dat verzoeker erkende dat zijn handelen niet volgens de ambtsinstructie was en dat hij geen beroep op noodweer kon doen.
Het hof concludeerde dat verzoeker de klacht aan zichzelf te wijten heeft en daarom geen billijkheid bestaat voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure. Wel werd vergoeding toegekend voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift zelf. Het hof wees het verzoek voor het overige af en bepaalde dat de vergoeding van € 550,- aan verzoeker wordt overgemaakt.
Uitkomst: Verzoek om vergoeding van rechtsbijstandskosten wordt deels toegewezen met een vergoeding van € 550,- voor de verzoekschriftprocedure.