ECLI:NL:GHAMS:2018:4651

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 december 2018
Publicatiedatum
17 december 2018
Zaaknummer
001060-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 12 SvArt. 90 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vergoeding rechtsbijstandskosten afgewezen behalve voor verzoekschriftprocedure

Verzoeker, een politieagent, diende een verzoek in op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in een klaagschriftprocedure en in de daaropvolgende verzoekschriftprocedure. Het hof beoordeelde de ontvankelijkheid van het verzoek en oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend, omdat onduidelijk was wanneer verzoeker kennis nam van de beschikking van 6 juni 2018.

De kosten van de rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure werden door de werkgever, de politie, gedragen. Volgens het arrest van de Hoge Raad van 4 september 2018 vormt dit geen beletsel voor vergoeding. Echter, bij de beoordeling van billijkheid speelt mee dat verzoeker erkende dat zijn handelen niet volgens de ambtsinstructie was en dat hij geen beroep op noodweer kon doen.

Het hof concludeerde dat verzoeker de klacht aan zichzelf te wijten heeft en daarom geen billijkheid bestaat voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure. Wel werd vergoeding toegekend voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift zelf. Het hof wees het verzoek voor het overige af en bepaalde dat de vergoeding van € 550,- aan verzoeker wordt overgemaakt.

Uitkomst: Verzoek om vergoeding van rechtsbijstandskosten wordt deels toegewezen met een vergoeding van € 550,- voor de verzoekschriftprocedure.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 001060-18 (591a Sv)
rekestnummer klaagschrift 12 Sv: K17/230064
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. J.C. Dekkers, [adres 1].

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de klaagschriftprocedure met voornoemd rekestnummer ten bedrage van € 2.712,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 550,00.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 5 september 2018 ingekomen.
Op 15 oktober 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 30 november 2018 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker is niet verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Bij beschikking van dit hof van 6 juni 2018 is het beklag met voormeld rekestnummer afgewezen.
Tegen deze beslissing van het hof staat geen rechtsmiddel open.
In de wet noch in de lagere regelgeving is de wijze van bekendmaking van de beschikking aan de beklaagde geregeld.
Een verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 591a Sv dient op grond van het bepaalde in het vierde lid van dat artikel in verbinding met het tweede lid van artikel 591 Sv Pro binnen drie maanden na beëindiging van de zaak te worden ingediend. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat de termijn van drie maanden eerst een aanvang neemt nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan op grond waarvan kan worden aangenomen dat de gewezen beklaagde van het einde van de strafzaak kennis heeft kunnen nemen.
Uit het dossier blijkt dat de beschikking op 6 juni 2018 per gewone post aan verzoeker is verzonden op het adres [adres 2], kennelijk het bureau waar verzoeker werkzaam is. Niet is gebleken op welk tijdstip verzoeker van de beschikking kennis heeft genomen.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat verzoeker ontvangen kan worden in zijn verzoek.
Verzoeker is politieagent en de kosten van een raadsman in de klaagschriftprocedure, waarin verzoeker beklaagde was, zijn door de politie gedragen. Blijkens het arrest van de Hoge Raad van 4 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1428 is de omstandigheid dat de rechtsbijstandskosten door de politie, de werkgever van verzoeker worden gedragen geen beletsel voor toewijzing van het verzoek.
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Bij de vraag of het billijk is dat de nadelige gevolgen van het klaagschrift voor rekening van verzoeker worden gelaten, maar geheel of gedeeltelijk door de Staat worden gedragen, speelt een belangrijke rol in hoeverre de gewezen beklaagde de klacht aan zich zelf te wijten heeft.
Verzoeker heeft in de klaagschriftprocedure op de voet van artikel 12 Sv Pro bij monde van zijn advocaat naar voren gebracht dat hij zich realiseert dat zijn handelen niet overeenkomstig de ambtsinstructie was en dat hem geen beroep op noodweer toekomt. De beschikking van het hof is hiermee in lijn.
Gelet op het voorgaande acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand, maar wel voor de kosten van opstellen, indienen en ter openbare raadkamerzitting behandelen van het verzoek.

4.Beslissing

Het hof :
kent op de voet van artikel 591a Sv aan verzoeker toe een vergoeding van € 550,-;
wijst het verzoek voor het overige af;
beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, M. Iedema en M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 14 december 2018.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 550,- (vijfhonderdvijftig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 14 december 2018.
mr. R.D. van Heffen, voorzitter.