ECLI:NL:GHAMS:2018:4643
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beschikking tot matiging vergoeding reistijd raadsman in strafzaak
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Sv voor vergoeding van kosten rechtsbijstand in eerste aanleg, hoger beroep en de verzoekschriftprocedure zelf. De totale gevraagde vergoeding bedroeg €6.784,53.
Het hof heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om vergoeding toe te kennen voor de verleende rechtsbijstand. Echter, het hof acht het niet billijk om de volledige kosten van de reistijd van de advocaat in eerste aanleg, gevestigd in Maastricht, volledig voor rekening van de Staat te laten komen.
Het hof motiveert dat hoewel het begrijpelijk is dat verzoekster een advocaat met strafrechtelijke expertise kiest, het niet aannemelijk is gemaakt dat een vergelijkbare advocaat niet dichter bij Amsterdam te vinden was. Daarom wordt de vergoeding van de reistijd van de advocaat in eerste aanleg met 50% gematigd.
Uiteindelijk kent het hof een vergoeding toe van €1.808,24 voor rechtsbijstand in eerste aanleg, €3.814,53 voor hoger beroep en €550,00 voor de verzoekschriftprocedure, totaal €6.172,77. Het overige verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding toe voor rechtsbijstand, maar matigt de vergoeding voor reistijd van de advocaat in eerste aanleg met 50%.