Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.Het geschil in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het Gerechtshof Amsterdam de kinderalimentatie voor de minderjarige opnieuw vastgesteld. De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de hoogte van de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind vanaf 1 januari 2015.
Het hof heeft de draagkracht van zowel de vrouw als de man berekend over verschillende periodes, rekening houdend met het netto besteedbaar inkomen, inclusief het kindgebonden budget en de uitkering van de vrouw op grond van de Participatiewet. De bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag is buiten beschouwing gelaten bij de draagkrachtberekening van de vrouw.
De behoefte van het kind is vastgesteld op basis van eerdere uitspraken en geïndexeerd over de jaren. Het hof heeft de draagkrachtverhoudingen tussen de ouders berekend en op basis daarvan de kinderalimentatiebedragen vastgesteld voor de periodes van 2015 tot en met 2018. Tevens is overwogen dat de vrouw vanwege haar lage inkomen niet verplicht is tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2015 een variërende kinderalimentatie betalen tussen €338 en €350 per maand, afhankelijk van de periode.