Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen twee aanslagen rioolheffing over 2016 en verzocht om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand. De heffingsambtenaar vernietigde de aanslagen en kende een proceskostenvergoeding toe op basis van een wegingsfactor van 0,25, wat staat voor een zeer lichte zaak. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Het geschil betrof onder meer de vraag of belanghebbende ten onrechte niet werd gehoord, of de toegepaste wegingsfactor correct was en of vergoeding toekwam voor een uittreksel uit het Kadaster. Het Hof oordeelde dat het horen niet verplicht was omdat het bezwaar volledig werd toegewezen. De heffingsambtenaar had een redelijke beoordeling gemaakt door de zaak als zeer licht te kwalificeren, gelet op de beperkte grieven en werkzaamheden.
Belanghebbende stelde dat een hogere wegingsfactor in vergelijkbare zaken was toegepast en dat hij op basis daarvan mocht vertrouwen op een hogere vergoeding. Het Hof verwierp dit beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat een bestendige bestuurspraktijk niet hoeft te worden gepubliceerd en geen toezegging inhoudt voor toekomstige gevallen. De proceskostenvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.