ECLI:NL:GHAMS:2018:4235

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 november 2018
Publicatiedatum
21 november 2018
Zaaknummer
001024-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 366a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens niet-naleving voorwaarden

Op 12 februari 2018 is een arrest onherroepelijk geworden waarbij de veroordeelde is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden zoals meldplicht en meewerken aan dagbesteding.

Uit een adviesrapport en voortgangsverslag van de reclassering blijkt dat de veroordeelde meerdere malen zijn meldplicht niet is nagekomen zonder tegenbericht, ondanks een officiële waarschuwing. Hoewel hij later een meer gemotiveerde houding aannam, is ook vastgesteld dat hij niet eerlijk was over zijn dagbesteding en is hij uitgeschreven van zijn studie.

Het hof concludeert dat de niet-naleving geheel aan de veroordeelde te wijten is en wijst de vordering van de advocaat-generaal toe om de voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer te leggen. De beslissing is uitgesproken op 2 november 2018 door het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden wordt ten uitvoer gelegd wegens niet-naleving van de voorwaarden.

Uitspraak

beslissing
GERECHTSHOF AMSTERDAM
rekestnummer: 001024-18
parketnummer: 23-001861-17
BESLISSING NA VOORWAARDELIJKE VEROORDELING
Naar aanleiding van de op 5 september 2018 ter griffie van dit gerechtshof ingekomen vordering van de advocaat-generaal bij dit hof d.d. 27 augustus 2018 betreffende het op 27 februari 2018 onherroepelijk geworden arrest van dit gerechtshof van
12 februari 2018in de strafzaak onder bovenvermeld parketnummer tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1995,
adres: [adres]
bij welk arrest voornoemde [verdachte] is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met bevel dat een op 2 maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de bijzondere voorwaarde inhoudende – kort weergegeven–
-meldplicht bij Reclassering Nederland,
-meewerken aan realiseren/behouden van een dagbesteding,
-meewerken aan eventuele begeleiding door een instantie als Indaad/IFA en
-indien nodig meewerken aan diagnostiek en eventueel daaruit voortkomende interventies,
is het hof tot een beslissing gekomen.

Inhoud van de vordering

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep de tenuitvoerlegging van de bij voornoemd arrest voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden gevorderd.

Procesgang

Het hof heeft kennis genomen van de bij de vordering overgelegde stukken in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer, waaronder een voortgangsverslag van 30 oktober 2018 en een Adviesrapport van 29 juni 2018 van [naam 1] en [naam 2] , werkzaam bij Reclassering Nederland, en heeft ter openbare terechtzitting van 2 november 2018 naast [naam 1] van Reclassering Nederland, ook de advocaat-generaal, de veroordeelde en zijn raadsman mr. Stam gehoord.
De veroordeelde en zijn raadsman zijn verschenen.

Beoordeling

De in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering bedoelde mededeling betreffende voornoemd op tegenspraak gewezen arrest is op 27 februari 2018 aan veroordeelde verzonden.
De vordering is tijdig door de advocaat-generaal ingesteld.
Uit voornoemd Adviesrapport van 29 juni 2018 is gebleken dat de veroordeelde meerdere malen meldplichtafspraken niet is nagekomen, meestal zonder enig tegenbericht. Hierop is op 17 mei 2018 een officiële waarschuwing verstuurd naar de betrokkene met een nieuwe afspraak. De betrokkene is op deze afspraak en de opvolgende afspraak wederom niet verschenen, zonder tegenbericht.
Uit het opvolgende Voortgangsverslag toezicht van 30 oktober 2018 is gebleken dat de veroordeelde een meer gemotiveerde houding heeft aangenomen en, op een enkele keer na, zijn meldplichtafspraken na is gekomen. In het verslag wordt geschreven dat de reclassering van plan is om betrokkene een laatste kans te geven, maar naar aanleiding van het contact met zijn mentor Smit op 30 oktober 2018 is de indruk ontstaan dat betrokkene niet eerlijk is geweest over zijn dagbesteding.
De reclassering ziet op dit moment geen meerwaarde in toezicht daar betrokkene zich sociaal wenselijk opstelt en niet intrinsiek gemotiveerd is voor gedragsverandering.
Ter terechtzitting heeft voornoemde Hoekstra het voorgaande bevestigd en is ook gebleken dat de betrokkene is uitgeschreven van zijn studie, nu hij ook daar meermalen zonder tegenbericht niet is verschenen.
Gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht, acht het hof termen aanwezig te gelasten dat de niet ten uitvoer gelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, nu het er – gelet op het voorgaande – voor wordt gehouden dat het geheel en al aan de veroordeelde zelf te wijten is dat hij zich niet heeft gehouden aan de hem opgelegde bijzondere voorwaarden.

Beslissing

Het hof:
Wijst toe de vordering van de advocaat-generaal tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van 12 februari 2018 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Deze beslissing is genomen door mr. M. Iedema, mr. E. Mijnsberge en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van A. Ivanov, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 november 2018.
Mr. E. Mijnsberge is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.