ECLI:NL:GHAMS:2018:3693
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aftrek specifieke zorgkosten en vervoerskosten in inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2014 waarin de aftrek voor specifieke zorgkosten en vervoerskosten werd beperkt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de vervoerskosten naar de fysiotherapeut waren gemaakt en dat de minderjarige kinderen leden aan incontinentie.
In hoger beroep heeft belanghebbende geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Het hof onderschrijft de motieven van de rechtbank, waaronder het ontbreken van voldoende medische onderbouwing voor de ziektebeelden die recht geven op aftrek, en het niet aantonen van de geclaimde fysiotherapeutbezoeken met ondersteunende documenten.
Daarnaast is vastgesteld dat de door belanghebbende voorgestelde kilometerprijs van € 0,35 niet aannemelijk is, terwijl de inspecteur terecht uitging van een kostprijs van € 0,30 per kilometer. Ook de kostenvergoeding in bezwaar is terecht beperkt vanwege het late indienen van onderbouwing.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de afwijzing van de geclaimde aftrek specifieke zorgkosten en vervoerskosten wegens onvoldoende bewijs.