ECLI:NL:GHAMS:2018:3691
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die een bevel tot gevangenhouding van verdachte handhaafde. Verdachte was eerder veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor een groot aantal inbraken in 2008 en wordt nu verdacht van een nieuwe inbraak in 2017.
Tijdens de raadkamerzitting werd het schorsingsverzoek van de voorlopige hechtenis door de raadsman van verdachte mondeling ingediend. Het hof heeft de stukken bestudeerd, de advocaat-generaal gehoord en de verdachte bijgestaan door zijn raadsman gehoord.
Verdachte gaf aan dat zijn situatie veranderd is sinds zijn eerdere veroordeling, maar kon niet verklaren waarom hij zich opnieuw schuldig zou hebben gemaakt aan een woninginbraak. Het hof oordeelde dat bij gebrek aan voldoende inzicht in de beweegredenen van verdachte de vrees voor recidive gerechtvaardigd is.
Daarom wees het hof het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking werd op 26 september 2018 in raadkamer gegeven door de voorzitter en raadsheren van het hof.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens gegronde vrees voor recidive.