ECLI:NL:GHAMS:2018:3673

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
10 oktober 2018
Publicatiedatum
12 oktober 2018
Zaaknummer
13/684314-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis verdachte

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam tot verlenging van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte verbleef in de Penitentiaire Inrichting Zaanstad en werd bijgestaan door zijn raadsvrouw. Tijdens de raadkamer werd tevens een mondeling schorsingsverzoek ingediend.

Het hof heeft de stukken en justitiële documentatie van verdachte bestudeerd en concludeert dat geen omstandigheden aanwezig zijn die een nieuwe schorsing van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen, mede gezien het verloop van een eerdere schorsing en het gedrag van verdachte in detentie richting aangeefster.

Het verzoek tot schorsing voor het bijwonen van een rechtszaak in België kan volgens het hof worden voorgelegd aan de directeur van het Huis van Bewaring. Het hof wijst het hoger beroep en het schorsingsverzoek af en bevestigt daarmee de beslissing van de rechtbank.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitspraak

13/684314-18
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 24 september 2018, voor zover houdende bevel tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 27 september 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. H.A.F.C. Tack.
Bij de behandeling in raadkamer heeft de raadsvrouw namens de verdachte een mondeling schorsingsverzoek gedaan.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Mede gelet op de justitiële documentatie van de verdachte is het hof van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.
Gelet op het verloop van de eerdere schorsing en zijn gedrag vanuit detentie richting aangeefster acht het hof geen termen aanwezig de voorlopige hechtenis van de verdachte opnieuw te schorsen. Ten overvloede merkt het hof op dat het verzoek om de voorlopige hechtenis voor een korte tijd te schorsen in verband met het bijwonen van de rechtszaak in België, kan worden voorgelegd aan de directeur van het Huis van Bewaring waar de verdachte thans verblijft.

13.684314-18

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 10 oktober 2018 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M. Iedema en H.F. van Kregten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 10 oktober 2018,
de advocaat-generaal