ECLI:NL:GHAMS:2018:3672
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- J.L. Bruinsma
- M. Iedema
- H.F. van Kregten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis verdachte
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die een bevel tot voorlopige hechtenis bevatte. De verdachte was in voorlopige hechtenis in de Penitentiaire Inrichting Zaanstad en werd bijgestaan door een raadsman.
Tijdens de raadkamerzitting werd een mondeling schorsingsverzoek ingediend namens de verdachte. Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank zorgvuldig bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en de verdachte gehoord.
Het hof oordeelde dat het enkele feit dat een medeverdachte onlangs wel geschorst werd, niet leidt tot een schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat er geen rechtens relevante gelijke gevallen zijn vastgesteld. Daarom werd het verzoek tot schorsing afgewezen en het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk verklaard.
De beschikking werd gegeven door de voorzitter en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 10 oktober 2018. De advocaat-generaal bracht de beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte worden afgewezen.