ECLI:NL:GHAMS:2018:3009
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aanmaningskosten waterbelasting
Belanghebbende ontving op 20 september 2016 een aanmaning voor betaling van waterbelasting met aanmaningskosten van €7. Hij diende op 21 november 2016 een bezwaarschrift in, dat na de wettelijke termijn van zes weken was ontvangen. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting op 7 augustus 2018 was geen van de partijen aanwezig. De curator van belanghebbende stelde dat belanghebbende onbekwaam was om het hoger beroep in te stellen, maar het hof ging om proceseconomische redenen hieraan voorbij.
Het hof oordeelde dat de rechtbank terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen kosten aan het hoger beroep verbonden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar bevestigd.