ECLI:NL:GHAMS:2018:2938
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vonnis hoger beroep inzake leaseovereenkomst en restitutievordering tussen Dexia Nederland en geïntimeerde
In deze civiele procedure tussen Dexia Nederland B.V. en geïntimeerde stond de afwikkeling van leaseovereenkomst II centraal. Het hof bevestigde in een eerder tussenarrest dat de verplichtingen uit hoofde van deze leaseovereenkomst geen onaanvaardbaar zware financiële last voor geïntimeerde vormden. Dexia had een eindafrekening betwist, maar partijen gaven aan dat geen eindafrekening was opgemaakt en dat de restschuld was kwijtgescholden.
Het hof concludeerde dat geïntimeerde niets meer te vorderen had van Dexia uit hoofde van de leaseovereenkomst. Vervolgens vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en wees de restitutievordering van Dexia van € 11.932,15 toe, met wettelijke rente vanaf 27 oktober 2008. Dexia werd veroordeeld om aan geïntimeerde een bedrag van € 4.016,22 plus rente en € 1.646,64 plus rente te betalen.
De kosten van de eerste aanleg werden tussen partijen gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt. Geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, inclusief nakosten en wettelijke rente. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en veroordeelt partijen tot wederzijdse betalingen en kostenverdeling.