ECLI:NL:GHAMS:2018:2932

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 juli 2018
Publicatiedatum
15 augustus 2018
Zaaknummer
23-003138-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep voorhanden hebben semi-automatisch vuurwapen en munitie

Op 25 september 2016 werd verdachte te Den Helder betrapt op het voorhanden hebben van een semi-automatisch vuurwapen en scherpe kogelpatronen, een feit dat in strijd is met artikel 26 van Pro de Wet wapens en munitie. De politierechter veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee voorwaardelijk. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 13 juli 2018 heeft het hof de zaak opnieuw onderzocht en kwam tot een andere bewezenverklaring dan de politierechter. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het vuurwapen en de munitie voorhanden had, maar sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen. Het handelen van verdachte werd als strafbaar beoordeeld.

Het hof hield rekening met de ernst van het feit, waarbij verdachte het vuurwapen achteloos onder een auto op straat had gegooid en verborgen voordat hij werd aangehouden. Dit bracht een groot veiligheidsrisico met zich mee. Tegelijkertijd nam het hof bijzondere persoonlijke omstandigheden mee, waaronder een ernstige verslechtering van de gezondheid van verdachte door een oogbacterie, waardoor hij zijn baan verloor en beperkt zelfredzaam is.

Gelet op deze omstandigheden legde het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op met een proeftijd van twee jaar. Dit betekent dat de straf niet ten uitvoer wordt gelegd tenzij verdachte binnen die periode opnieuw een strafbaar feit pleegt. De tijd die verdachte in voorarrest had doorgebracht, werd in mindering gebracht op de straf.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 27 juli 2018.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden wegens het voorhanden hebben van een semi-automatisch vuurwapen en munitie.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003138-17
datum uitspraak: 27 juli 2018
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 31 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-087968-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
13 juli 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 25 september 2016 te Den Helder, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen, en/of munitie van categorie III, te weten scherpe kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 25 september 2016 te Den Helder een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen, en munitie van categorie III, te weten scherpe kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een semi-automatisch vuurwapen en munitie. Het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. De verdachte heeft dit risico nog eens vergroot door het doorgeladen vuurwapen achteloos onder een auto op straat te gooien en te verbergen onder een auto voordat hij werd aangehouden.
Gezien de aard en ernst van het feit acht het hof de straf zoals opgelegd door de politierechter passend. Ter terechtzitting in hoger beroep is echter, mede door overlegging van medische bescheiden, aannemelijk geworden dat de gezondheidssituatie van de verdachte zeer sterk verslechterd is sinds een aantal maanden. Ten gevolge van een oogbacterie is het zicht van de verdachte in korte tijd zodanig aangetast dat hij slechts nog silhouetten ziet. Hierdoor is hij zijn baan verloren en is hij vooral aan zijn huis gebonden. Doordat de verdachte geen zorgverzekering had, is hij tevens geconfronteerd met hoge ziektekosten. Momenteel is hij bezig met het proces van het accepteren van deze plotselinge visuele handicap alsmede met het zelfredzaam worden. Het hof acht het niet opportuun om dit proces te verstoren met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Gelet op deze zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden acht het hof, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. M. Iedema en mr. M.C. Oostendorp, in tegenwoordigheid van R. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 juli 2018.
mrs. M.J.A. Duker en M.C. Oostendorp zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[…]