Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
.Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2018.
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 8 augustus 2018 in raadkamer de vordering van de advocaat-generaal toegewezen tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. De verdachte voldeed niet aan de voorwaarden die aan zijn schorsing waren gesteld, zoals blijkt uit het reclasseringsrapport van 28 mei 2018 en de toelichting van de reclassering.
Tijdens de behandeling in raadkamer zijn de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw, gehoord. Het hof heeft op basis van artikel 82 van Pro het Wetboek van Strafvordering geoordeeld dat er geen reden is om aan de bevindingen te twijfelen.
Daarom heeft het hof besloten de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen. Deze beslissing betekent dat de verdachte opnieuw in voorlopige hechtenis wordt genomen, omdat hij zich onvoldoende aan de voorwaarden heeft gehouden.
De beschikking is gegeven door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam, met aanwezigheid van de griffier. De advocaat-generaal brengt de beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: De schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte is opgeheven wegens onvoldoende naleving van de voorwaarden.