ECLI:NL:GHAMS:2018:2704
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bedreiging ondanks nietigheid dagvaarding verworpen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam van 29 mei 2017, waarin verdachte werd beschuldigd van bedreiging van een slachtoffer met woorden en een mes.
De verdediging stelde dat de dagvaarding partieel nietig was omdat de tenlastelegging onvoldoende concreet en feitelijk was omschreven, waardoor onduidelijk zou zijn op welk incident deze betrekking had. Het hof oordeelde echter dat de dagvaarding, in samenhang met het dossier, voldoende duidelijkheid bood zodat verdachte zich kon verdedigen.
De advocaat-generaal vorderde een schuldverklaring zonder strafoplegging, maar het hof kon niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat verdachte het ten laste gelegde had begaan. Daarom sprak het hof verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door vrijspraak uit te spreken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 1 augustus 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bedreiging.