ECLI:NL:GHAMS:2018:2338
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling heffingsambtenaar in proceskosten na intrekking beroep WOZ-waarde
Belanghebbende betwistte de WOZ-waarde van zijn woning voor 2016, oorspronkelijk vastgesteld op €264.000, en maakte bezwaar waarna de waarde werd verlaagd tot €215.000. Na beroep werd de waarde verder verlaagd tot €190.000, waarna belanghebbende het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde. De rechtbank kende een vergoeding van €495 toe, maar liet de zaak zonder zitting afdoen ondanks nieuwe stukken.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de rechtbank ten onrechte geen zitting hield na ontvangst van nieuwe stukken en dat hij recht had op vergoeding van aanvullende kostenposten. Het Hof oordeelde dat de rechtbank onjuist handelde door zonder nieuwe toestemming de zaak buiten zitting af te doen en dat belanghebbende onvoldoende onderbouwing gaf voor vergoeding van kosten voor Kadasterdata en Kadasteruittreksels in beroep. Wel werd de WOZ-taxatierapportage als redelijk en toereikend erkend voor vergoeding.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, veroordeelde de heffingsambtenaar in proceskosten van in totaal €1.117 en vergoedde griffierechten. De klacht over het niet gehoord worden in de bezwaarfase werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege formele rechtskracht van de uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: Het Hof veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van €1.117 en griffierechten aan belanghebbende.