Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
het Hof leest:geschrift], gedagtekend 4 april 2016, is onder meer het volgende opgenomen:
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Namens cliënt wens ik bezwaar te maken tegen bovengenoemde aanslag” (zie punt 4 van de door de rechtbank vastgestelde feiten onder 2.1). Uit de direct daarop volgende zin luidende “
Omdat dit bezwaar te laat is verzoek ik om dit bezwaar ambtshalve te onderzoeken en uitspraak te doen in de vorm van een voor beroep vatbare beschikking”, behoefde de inspecteur niet op te maken dat belanghebbende niet heeft bedoeld bezwaar te maken; eerder vormt die zin een bevestiging van het tegendeel door tweemaal het gebruik van de woorden “
dit bezwaar” en het expliciete verzoek van belanghebbende om een uitspraak in de vorm van een voor beroep vatbare beschikking. Het andersluidende standpunt van belanghebbende faalt.
Beslissing”. Tevens bevat de uitspraak op bezwaar onder het opschrift “
Beoordeling van uw bezwaar” een heldere motivering van de beslissing. De uitspraak op bezwaar is daarmee in overeenstemming met het bepaalde in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Belanghebbende heeft door opname van de passage over termijnverlenging ook geen processueel nadeel ondervonden, nu hij tijdig in beroep is gekomen tegen de uitspraak op bezwaar. Het voorgaande leidt het Hof tot het oordeel dat belanghebbendes standpunt faalt.