ECLI:NL:GHAMS:2018:1774
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voorlopige hechtenis met toevoeging recidivegrond afgewezen
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland waarin een bevel tot gevangenhouding van de verdachte was gegeven. De verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, verzocht om schorsing van deze hechtenis.
Het hof heeft de stukken en de gronden van de rechtbank bestudeerd en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte. De advocaat-generaal verzocht om toevoeging van de recidivegrond aan de gronden voor voorlopige hechtenis, omdat de verdachte tijdens het gepleegde feit in een schorsing liep.
Gezien de ernst van het feit, de duur en omvang van het georganiseerde verband en de versleutelde communicatie via PGP-telefoon, acht het hof de bezwaren tegen de verdachte voldoende ernstig. Het verzoek tot schorsing wordt afgewezen omdat geen zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn gebleken die een schorsing rechtvaardigen.
Het hof voegt de recidivegrond toe op grond van artikel 67a, tweede lid onder 2, van het Wetboek van Strafvordering en bevestigt de voorlopige hechtenis zonder schorsing.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis wordt afgewezen en de recidivegrond wordt toegevoegd.