ECLI:NL:GHAMS:2018:1737
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die zijn gevangenhouding bevestigde en zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afwees. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.
Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en de rechter-commissaris, die ernstige bezwaren ziet tegen de feiten die tot de inbewaringstelling hebben geleid. De mededeling van de ouders over het kopen van persoonlijke spullen voor de verdachte verandert hier niets aan.
Gezien het aanwezige recidivegevaar ziet het hof geen reden om de voorlopige hechtenis te schorsen. De plannen van de verdachte om zijn leven in te richten en het ontbreken van een positief advies van de reclassering wegen niet op tegen het gevaar. Wel kan de verdachte gebruikmaken van de regeling Tijdelijk verlaten van de inrichting.
Daarom wijst het hof het beroep af en bevestigt het de gevangenhouding van de verdachte.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de gevangenhouding van de verdachte.