Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
De overwegingen
negen minutenlater vast dat het voertuig op een fiscale parkeerplek stond geparkeerd en dat er geen sprake was van laden en lossen waarna terecht tot het opleggen van een naheffingsaanslag werd overgegaan.
Uw argumenten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Hof: en enige andere opgesomde belangen]”. Een schending van artikel 8 EVRM Pro vindt plaats indien sprake is van (a) een inmenging als bedoeld in het tweede lid, die (b) niet gerechtvaardigd wordt door één van de in dat lid genoemde belangen. Allereerst dient derhalve de vraag te worden beantwoord of in dit geval sprake is van een inmenging.
“(…) Op grond van de door verweerder [Hof: de heffingsambtenaar] overgelegde gegevens van de scanauto, bezien in combinatie met de door verweerder overgelegde foto van de situatie ter plaatse, de plattegrond en de ter zitting gegeven toelichting waaronder de verklaring dat geen van de controleurs heeft waargenomen dat de auto op de fietsstrook stond, is naar het oordeel van de rechtbank door verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser heeft geparkeerd op een fiscale parkeerplaats. (…)”