ECLI:NL:GHAMS:2018:1365
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op proceskostenvergoeding in bezwaarfase bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over het derde kwartaal van 2015, inclusief verzuimboetes voor het niet tijdig doen van aangifte en betalen. Na bezwaar vernietigde de inspecteur de naheffingsaanslag en een van de boetes, waarna belanghebbende beroep instelde tegen de afwijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en boetes, wees het verzoek om kostenvergoeding in bezwaar af, maar veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten in beroep. Het hof bevestigt dit oordeel en oordeelt dat geen sprake is van een aan de inspecteur te wijten onrechtmatigheid die rechtvaardigt dat proceskosten in de bezwaarfase worden vergoed.
Het hof benadrukt dat de naheffingsaanslag en boetes zijn opgelegd omdat geen aangifte en betaling onder het juiste btw-nummer zijn ontvangen. De stelling dat de inspecteur een herstelmogelijkheid had moeten bieden, wordt verworpen wegens het ontbreken van een wettelijke basis. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding in de bezwaarfase wordt afgewezen.