Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het beklag
[beklaagde 1] en [beklaagde 2](hierna beklaagden) ter zake van mishandeling.
Gerechtshof Amsterdam
Klager deed aangifte van openlijke geweldpleging door onbekenden en mishandeling door politieambtenaren op 30 april 2014 bij een skatepark te Koog aan de Zaan. Klager liep letsel op, waaronder een hersenschudding en gebroken tanden, en beweerde dat de politie hem had mishandeld. De politieambtenaren verklaarden dat klager reeds letsel had bij hun eerste contact en dat hij zich verzette tegen zijn aanhouding.
Het hof onderzocht het dossier, waaronder verklaringen van klager, politieambtenaren en een brigadier, en concludeerde dat er onvoldoende bewijs is dat de politie het letsel heeft toegebracht. Ook konden de daders van de openlijke geweldpleging niet worden geïdentificeerd. Verder vond het hof dat nader onderzoek weinig kans op succes heeft vanwege het verstreken tijdsverloop.
Daarom oordeelde het hof dat een strafrechtelijke vervolging niet mogelijk is en wees het beklag af. De beslissing is definitief en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs voor mishandeling door politie en openlijke geweldpleging.