Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
Oplegging van straf
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
57 (zevenenvijftig) dagen.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter in eerste aanleg bevestigd voor het primair tenlastegelegde, waarbij verdachte werd vrijgesproken. Het hof voegde een verklaring van verdachte als extra bewijsmiddel toe en vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging bij het subsidiair tenlastegelegde.
De verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid aan een poging tot inbraak in een bar, waarbij hij op uitkijk stond terwijl zijn mededader via een opengebroken raam de geldlade leegde. Het hof achtte dit een ernstig feit vanwege de materiële schade en de versterking van gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
Hoewel de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten, achtte het hof dit niet nadelig vanwege zijn verbeterde persoonlijke omstandigheden, waaronder verminderd middelengebruik en een vaste baan. Op grond daarvan en artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht legde het hof een lagere straf op van 57 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
Het vonnis van de politierechter werd in zoverre vernietigd en herzien, terwijl het verder werd bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 april 2018.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 57 dagen gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan poging tot inbraak, primair tenlastegelegde vrijgesproken.