ECLI:NL:GHAMS:2018:1208
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijke geweldpleging in uitgaansgelegenheid
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter werd verdachte verdacht van openlijke geweldpleging op 8 oktober 2016 in een uitgaansgelegenheid te Zandvoort. De tenlastelegging betrof het meermalen slaan, stompen en schoppen van het slachtoffer, al dan niet in vereniging met anderen.
Het hof onderzocht onder meer camerabeelden van het incident, die van slechte kwaliteit en donker waren. Hierop was te zien dat verdachte stampende bewegingen maakte richting een groep waar het slachtoffer en een medeverdachte op de grond lagen, maar het hof kon niet vaststellen dat verdachte het slachtoffer daadwerkelijk raakte. De verklaring van een medeverdachte werd als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en mogelijke belangenverstrengeling.
Het hof concludeerde dat onvoldoende bewijs bestond dat de verdachte openlijke geweldpleging had gepleegd. Ook het subsidiaire verwijt van mishandeling werd niet bewezen geacht. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijke geweldpleging en mishandeling.