ECLI:NL:GHAMS:2018:1171
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van informatiebeschikkingen wegens niet-naleving administratieplicht belastingplichtigen
Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij uitspraak van 13 maart 2018 het hoger beroep van belanghebbenden tegen de informatiebeschikkingen van de inspecteur ongegrond verklaard. De zaak betrof de jaren 2009 tot en met 2012 en draaide om de vraag of belanghebbenden voldeden aan hun verplichtingen uit artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) met betrekking tot het voeren en bewaren van een juiste administratie.
De rechtbank had reeds vastgesteld dat er ernstige gebreken waren in de administratie van het Japanse restaurant van belanghebbenden, waaronder het ontbreken van kasboeken, het niet bewaren van digitale kassasysteemgegevens en kassarapporten, en het ontbreken van voorraadlijsten. Belanghebbenden konden deze gebreken onvoldoende verklaren, en hun beroep op overmacht werd verworpen omdat zij niet de vereiste zorg hadden betracht om de administratie op een deugdelijke wijze te bewaren.
Het hof onderschreef deze bevindingen en oordeelde dat de door belanghebbenden overgelegde Excel-uitdraaiingen niet als primaire administratie konden worden beschouwd. De inspecteur had terecht informatiebeschikkingen vastgesteld omdat de administratie niet voldeed aan de wettelijke eisen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de informatiebeschikkingen van de inspecteur worden bevestigd.