ECLI:NL:GHAMS:2017:569
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep in ontnemingszaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld dat was ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 27 mei 2016. Het hoger beroep betrof een vordering van het openbaar ministerie op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, gericht op ontneming.
Tijdens de terechtzitting van 13 januari 2017 heeft de raadsman van de veroordeelde namens zijn cliënt verklaard dat het hoger beroep niet langer gehandhaafd wordt. De advocaat-generaal concludeerde daarop dat de veroordeelde kennelijk geen belang meer heeft bij het hoger beroep en verzocht het hof om de veroordeelde niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof heeft deze standpunten gevolgd en, gelet op het ontbreken van enig rechtens te beschermen belang bij voortzetting van het hoger beroep, heeft het de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 13 januari 2017, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet langer handhaven daarvan.