ECLI:NL:GHAMS:2017:5203

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2017
Publicatiedatum
15 december 2017
Zaaknummer
13/741181-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 13 december 2017 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 10 november 2017, waarin het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen.

Het hof heeft het dossier bestudeerd, waaronder de justitiële documentatie van verdachte, en heeft de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Ondanks de door de raadsman aangevoerde argumenten, is het hof van oordeel dat er voldoende belastend materiaal aanwezig is om ernstige bezwaren tegen verdachte aan te nemen.

Daarnaast is vastgesteld dat er sprake is van recidivegevaar, mede doordat een voorwaardelijke invrijheidsstelling van verdachte loopt. Het feit dat het strafblad geen vermelding van witwassen bevat, verandert hier niets aan. Het hof ziet geen omstandigheden die op grond van artikel 67a, derde lid, Sv tot opheffing van de voorlopige hechtenis zouden moeten leiden.

Daarom wijst het hof het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank af en bevestigt daarmee de voortzetting van de voorlopige hechtenis van verdachte.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en handhaaft de voorlopige hechtenis van verdachte vanwege recidivegevaar.

Uitspraak

13/741181-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan,
tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 10 november 2017, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 14 november 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman, mr. M.L. van Gaalen.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Niettegenstaande hetgeen door de raadsman is aangevoerd – hetgeen bij de inhoudelijke behandeling van de zaak nader aan de orde kan komen – bevat het dossier genoeg belastend materiaal om ernstige bezwaren tegen de verdachte aan te nemen.
Gelet op de justitiële documentatie van de verdachte en de omstandigheid dat ten aanzien van hem een voorwaardelijke invrijheidsstelling loopt, acht het hof gevaar voor recidive aanwezig. De enkele omstandigheid dat op dit strafblad geen witwassen voorkomt maakt dit niet anders.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.

13.741181-17

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Deze beschikking is gegeven op 13 december 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. F.A. Hartsuiker en R. Veldhuisen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mrs. S.A.M. Borg en S. Grote Ganseij als griffiers.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 13 december 2017,
de advocaat-generaal