ECLI:NL:GHAMS:2017:5191
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam, waarin een bevel tot voorlopige hechtenis was gegeven. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats, verbleef in het huis van bewaring te Zaanstad. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte met zijn raadsman.
De verdediging stelde dat de voorlopige hechtenis geen wettelijke grondslag had, mede omdat onduidelijk bleef waar de verdachte in vrijheid door justitie gevonden kon worden. Het hof oordeelde echter dat het vluchtgevaar nog steeds aanwezig was en dat er geen omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid Sv, die voorlopige hechtenis zouden uitsluiten.
Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen, omdat het vluchtgevaar onvoldoende kon worden beperkt door schorsingsvoorwaarden. Het hof bevestigde daarmee de eerdere beschikking en wees het beroep en het schorsingsverzoek af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis en het verzoek tot schorsing worden afgewezen wegens aanhoudend vluchtgevaar.