ECLI:NL:GHAMS:2017:5176
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag tegen politie wegens vermeend excessief geweld bij aanhouding
Op 5 mei 2016 hielden politieagenten een man staande wegens vermoedelijke verkeersovertredingen en het niet voldoen aan de identificatieplicht. Tijdens de aanhouding verzette de man zich, waarna hij naar de grond werd gewerkt en gefixeerd. De man klaagde over pijn en letsel aan zijn linkerarm en schouder, en stelde dat de politie excessief geweld gebruikte, waaronder knietjes op de borst en een trap tegen zijn helm.
Het hof onderzocht de verklaringen van betrokkenen en omstanders, alsmede videobeelden en medische rapporten. Hoewel het naar de grond werken onomstreden was en letsel aan de arm aannemelijk, was er onvoldoende bewijs dat de politieagenten opzettelijk of met overmatig geweld handelden. De beelden ondersteunden de verklaring dat de voetbeweging tegen de helm een duw was om de man rustig te krijgen, zonder opzet tot letsel.
Het hof oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was, het geweld proportioneel en noodzakelijk, en dat de klachten van de man onvoldoende aanleiding geven tot strafvervolging. De disciplinaire maatregel tegen een agent wegens onvoldoende professioneel gedrag werd erkend, maar strafrechtelijke vervolging werd niet gerechtvaardigd. Het beklag werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en gelast geen strafvervolging wegens onvoldoende bewijs van strafbare mishandeling.