ECLI:NL:GHAMS:2017:51

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2017
Publicatiedatum
12 januari 2017
Zaaknummer
13-703172-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bevel gevangenhouding wegens ontbreken expliciete vordering officier van justitie

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de rechtbank Amsterdam die een bevel tot gevangenhouding bevatte. De verdachte verbleef in voorlopige hechtenis in de Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord te Zwaag. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.

Uit het proces-verbaal van de politierechter bleek dat de officier van justitie tijdens de zitting geen schriftelijke of mondelinge vordering tot gevangenhouding had gedaan. Ook was er geen schriftelijke vordering in het dossier aanwezig. Artikel 65 van Pro het Wetboek van Strafvordering vereist echter dat gevangenhouding alleen kan worden bevolen op expliciete vordering van de officier van justitie.

De advocaat-generaal stelde dat er sprake was van een impliciete vordering, omdat het duidelijk was dat de officier van justitie wilde dat de verdachte vast zou blijven zitten. Het hof erkende dat de intentie aanwezig kon zijn, maar oordeelde dat een impliciete vordering niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Bovendien was niet gebleken dat de verdachte op de vordering was gehoord, wat ook wettelijk verplicht is.

Daarom concludeerde het hof dat het bevel tot gevangenhouding gebrekkig tot stand was gekomen en vernietigde het bevel. Deze beslissing werd genomen in raadkamer op 11 februari 2017 door de genoemde raadsheren.

Uitkomst: Het bevel tot gevangenhouding wordt vernietigd wegens het ontbreken van een expliciete vordering van de officier van justitie.

Uitspraak

13-703172-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans verblijvende in het huis van bewaring PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag,
tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 9 december 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennisgenomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. F. van Baarlen.

De beoordeling

Het hof heeft acht geslagen op het proces-verbaal van de zitting van de politierechter van 9 december 2016. Daaruit blijkt niet dat de officier van justitie ter terechtzitting schriftelijk dan wel mondeling de gevangenhouding heeft gevorderd. Evenmin bevindt zich een schriftelijke vordering in het dossier. Het hof houdt het er daarom voor dat er geen sprake is geweest van een zodanige vordering. Het hof constateert dat artikel 65 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) expliciet voorschrijft dat de gevangenhouding wordt bevolen op vordering van de officier van justitie indien de verdachte zich in bewaring bevindt, zoals hier het geval was.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat in deze sprake is geweest van een impliciete vordering omdat duidelijk was dat het de bedoeling van de officier van justitie was dat de verdachte vast zou blijven zitten. Deze impliciete vordering kan naar de mening van de advocaat-generaal gelden als een vordering als bedoeld in artikel 65 Sv Pro.
Het hof wil wel aannemen dat de officier van justitie bedoeld heeft de gevangenhouding te vorderen, maar dat neemt niet weg dat deze vordering niet als zodanig is gedaan. Met een impliciete vordering, in welke vorm dan ook, kan naar het oordeel van het hof gelet op de inhoud van artikel 65 Sv Pro niet worden volstaan. Evenmin is gebleken dat de verdachte op de vordering is gehoord, zoals de wet voorschrijft. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat er zodanige gebreken aan de totstandkoming van het bevel gevangenhouding kleven dat dit moet worden vernietigd, hetgeen het hof zal doen.
13-703172-16

De beslissing

Het hof:
VERNIETIGT het bevel gevangenhouding waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven op 11 februari 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.J.G.B. Heutink en R.A.F. Gerding, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 11 februari 2017,
de advocaat-generaal