Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
boete) dat de partij die niet nakomt verschuldigd is aan zijn contractspartij. Ook voor zover [appellant] met zijn grief nog anders betoogt, faalt de grief .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak vordert de geïntimeerde betaling van een contractuele boete van 10% van de koopsom omdat de appellant niet heeft voldaan aan zijn verplichting tot het betalen van de waarborgsom of het stellen van een bankgarantie bij de koop van een woning. De voorzieningenrechter had het verstekvonnis vernietigd vanwege een onjuiste betekening, maar de vorderingen alsnog toegewezen.
Het hof oordeelt dat het vermoeden dat iemand woont op het adres in de Basisregistratie Personen (BRP) blijft gelden, ook als het adres 'in onderzoek' staat. Hierdoor was de openbare betekening niet juist, maar door het verschijnen van appellant in de verzetprocedure is dit gedekt. De grief over de onjuiste betekening faalt.
Verder faalt het verweer van appellant dat de zaak niet spoedeisend is en niet geschikt voor kort geding. Ook het beroep op het ontbreken van toestemming van de echtgenote voor de koop wordt verworpen, omdat dit niet vereist is volgens artikel 1:88 BW Pro. Ten slotte wijst het hof het betoog af dat het boetebeding niet meer functioneert na ontbinding van de koopovereenkomst. Het arrest bekrachtigt het vonnis en veroordeelt partijen in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van de boete en proceskosten.