ECLI:NL:GHAMS:2017:46

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 januari 2017
Publicatiedatum
12 januari 2017
Zaaknummer
13-680316-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a SvArt. 80 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperkingen bevoegdheid rechter bij kortdurende schorsing voorlopige hechtenis

Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2016 behandeld, waarin het bevel tot gevangenhouding werd bevestigd.

Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en verdachte. Op basis van verklaringen, waaronder die van een bewoonster en de verdachte zelf, acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor inbewaringstelling. De verklaring van aangeefster wordt niet zonder meer terzijde geschoven.

Het hof constateert dat geen omstandigheden aanwezig zijn zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv, en dat het reclasseringsrapport van 10 december 2016 geen mogelijkheid biedt voor een verantwoorde schorsing van voorlopige hechtenis.

Verder benadrukt het hof dat op grond van artikel 80, zevende lid, Sv, de directeur van de penitentiaire inrichting bevoegd is voor kortdurende schorsing, niet het hof zelf. Daarom kan het hof het mondelinge verzoek tot schorsing niet toewijzen.

De beslissing van het hof is om het hoger beroep en het verzoek tot schorsing af te wijzen, waarmee de gevangenhouding wordt gehandhaafd.

Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis worden afgewezen; de gevangenhouding blijft gehandhaafd.

Uitspraak

13-680316-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
wonende [adres 1],
thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2016, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennisgenomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 13 december 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. N. el Farougui.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Gelet op de observaties, de verklaring van de bewoonster van de woning gelegen aan de [adres 2] te Amsterdam en de verklaring van de verdachte van 26 november 2016 (p. 34 ev van het dossier) acht het hof voldoende ernstige bezwaren ten aanzien van de feiten vermeld onder 3 op de vordering inbewaringstelling aanwezig. In dit stadium van de procedure ziet het hof geen aanleiding om de verklaring van aangeefster zonder meer terzijde te schuiven.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voordoet.
Gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport van 10 december 2016 ziet het hof geen mogelijkheid voor een verantwoorde schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.
Op grond van artikel 80, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering is voor een kortdurende schorsing van de voorlopige hechtenis voor het doel waarvoor de verdachte dit subsidiair vraagt de directeur van de Penitentiaire Inrichting de bevoegde autoriteit en niet het hof (Regeling tijdelijk verlaten inrichting), zodat het hof in zoverre niet over het mondelinge schorsingsverzoek kan oordelen.
13-680316-16

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 11 januari 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.J.G.B. Heutink en R.A.F. Gerding, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.F. van der Heide als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 11 januari 2017,
de advocaat-generaal