ECLI:NL:GHAMS:2017:46
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperkingen bevoegdheid rechter bij kortdurende schorsing voorlopige hechtenis
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 12 december 2016 behandeld, waarin het bevel tot gevangenhouding werd bevestigd.
Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en verdachte. Op basis van verklaringen, waaronder die van een bewoonster en de verdachte zelf, acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor inbewaringstelling. De verklaring van aangeefster wordt niet zonder meer terzijde geschoven.
Het hof constateert dat geen omstandigheden aanwezig zijn zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv, en dat het reclasseringsrapport van 10 december 2016 geen mogelijkheid biedt voor een verantwoorde schorsing van voorlopige hechtenis.
Verder benadrukt het hof dat op grond van artikel 80, zevende lid, Sv, de directeur van de penitentiaire inrichting bevoegd is voor kortdurende schorsing, niet het hof zelf. Daarom kan het hof het mondelinge verzoek tot schorsing niet toewijzen.
De beslissing van het hof is om het hoger beroep en het verzoek tot schorsing af te wijzen, waarmee de gevangenhouding wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis worden afgewezen; de gevangenhouding blijft gehandhaafd.