Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij, op of omstreeks 29 maart 2016, te Amsterdam, [slachtoffer] heeft mishandeld door deze met een baksteen, althans enig voorwerp, tegen het gezicht, in elk geval op het hoofd, te slaan.
Gerechtshof Amsterdam
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het bewijs onderzocht omtrent het slaan van het slachtoffer met een baksteen of ander voorwerp. De verdachte erkende het slaan, maar ontkende dat hij de baksteen vasthield op het moment van het slaan. Volgens hem was de baksteen hem ontnomen voordat het incident plaatsvond.
Het hof heeft de camerabeelden, getuigenverklaringen en het letsel van het slachtoffer beoordeeld, maar vond dat deze elementen elkaar deels tegenspraken en onvoldoende duidelijkheid boden over het gebruik van een voorwerp bij het slaan. Omdat het ten laste gelegde specifiek het slaan met een baksteen of ander voorwerp betrof, kon het hof het enkele slaan met de hand niet als bewezen aannemen zonder denaturering van de tenlastelegging.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de tenlasteleggingen. Het hof oordeelde dat het niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte het slachtoffer met een baksteen of ander voorwerp had geslagen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor slaan met een baksteen of ander voorwerp.