ECLI:NL:GHAMS:2017:416
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beklag wegens onvoldoende bewijs mishandeling deurwaarder
Klager, een deurwaarder in dienst van klaagster, deed aangifte van mishandeling door beklaagde op 30 oktober 2015. Klager bezocht een winkel om beslag te leggen op goederen wegens een openstaande vordering. Beklaagde zou klager hebben mishandeld met vuistslagen en trappen, waarna klager aangifte deed bij de politie met zichtbaar letsel.
De verdachte ontkende de ontmoeting. Politieonderzoek leverde geen ondersteunend bewijs op; getuigenverklaringen waren tegenstrijdig en er waren geen foto- of filmopnamen. Het hof concludeerde dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om met redelijke kans op veroordeling de zaak aan de strafrechter voor te leggen.
Daarnaast werd het beklag van klaagster, de werkgever van klager, afgewezen wegens gebrek aan een persoonlijk en bepaald belang. Klaagster steunde klager, maar het belang van een werkgever om een zorgplicht na te komen valt niet onder het beschermingsbereik van de strafbepaling mishandeling.
Het hof oordeelde dat het Openbaar Ministerie terecht besloot niet tot vervolging over te gaan en wees het beklag van klager en klaagster af. De beschikking is onherroepelijk.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af wegens onvoldoende bewijs en niet-ontvankelijkheid van klaagster.