ECLI:NL:GHAMS:2017:4087

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2017
Publicatiedatum
6 oktober 2017
Zaaknummer
15/139376-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige hechtenis wegens invoer harddrugs en recidive

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 13 september 2017 in raadkamer uitspraak gedaan over het hoger beroep van de officier van justitie tegen de afwijzing van voorlopige hechtenis door de rechtbank Noord-Holland. De zaak betreft de verdachte die wordt verdacht van het invoeren van een aanzienlijke hoeveelheid harddrugs via Schiphol.

Het hof baseert zijn oordeel op politiebevindingen omtrent een koffer met drugs, camerabeelden en analyses van telefoons van verdachte en medeverdachten. Uit de contacten en aangetroffen afbeeldingen blijkt een strafbare betrokkenheid. Het invoeren van harddrugs via Schiphol wordt als een feit beschouwd dat de rechtsorde schokt, wat voorlopige hechtenis rechtvaardigt.

Daarnaast weegt het hof mee dat de verdachte recidive vertoont op dit gebied en dat er een reëel risico bestaat dat hij opnieuw een misdrijf pleegt dat de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan brengen. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn onvoldoende onderbouwd om schorsing te rechtvaardigen.

Daarom vernietigt het hof de eerdere beschikking en wijst het de vordering tot voorlopige hechtenis toe voor de duur van 90 dagen, terwijl het verzoek tot schorsing wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot voorlopige hechtenis toe voor 90 dagen en wijst het verzoek tot schorsing af.

Uitspraak

15/139376-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van
[appellant] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum] 1976,
wonende te [adres] ,
tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlemmermeer van 3 augustus 2017, houdende afwijzing van de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voornoemd.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlemmermeer van 8 augustus 2017, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. E.G.S. Roethof.

De beoordeling

Gelet op de bevindingen van de politie met betrekking tot de koffer met de daarin aangetroffen hoeveelheid drugs, de camerabeelden en de analyse van de telefoons van de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , waaruit naar voren komt dat de verdachte met zowel [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] herhaaldelijk contact had op en rond de dag in kwestie, de in de telefoon van de verdachte aangetroffen afbeeldingen van verdovende middelen, alsook de kennelijke rol van [medeverdachte 1] , acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor de strafbare betrokkenheid van de verdachte bij het op de vordering inbewaringstelling vermelde feit.
Het hof stelt voorop dat het via Schiphol invoeren in Nederland van harddrugs in beginsel een feit is dat de rechtsorde schokt. Dit rechtvaardigt de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om daar anders over te oordelen, mede gelet op de ingevoerde hoeveelheid.
Voorts is het hof van oordeel dat op grond van de ernst en de omvang en het internationale karakter van de verdenking en mede gelet op de recidive van de verdachte op dit gebied dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. Dat de veroordelingen dateren van enige tijd geleden maakt dat niet anders. Om die reden legt het hof de recidivegrond mede ten grondslag aan de toewijzing van de vordering tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
De overigens door de verdachte gestelde persoonlijke omstandigheden acht het hof onvoldoende onderbouwd en zijn derhalve niet van zodanige aard dat het hof tot schorsing zal overgaan.
15/139376-17

De beslissing

Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.
WIJST TOE de vordering tot de gevangenhouding van de verdachte voor de duur van 90 dagen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 13 september 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. M.M.H.P. Houben, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 13 september 2017,
de advocaat-generaal