ECLI:NL:GHAMS:2017:4082
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen verlenging voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 4 oktober 2017 het hoger beroep van verdachte tegen de verlenging van zijn voorlopige hechtenis verworpen. De zaak betrof een beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, waarin het bevel tot verlenging van de gevangenhouding was uitgesproken.
Het hof heeft de gronden van de rechtbank overgenomen en geoordeeld dat er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 67 lid 1 aanhef Pro en onder c van het Wetboek van Strafvordering, waardoor voorlopige hechtenis gerechtvaardigd is. De raadsvrouw van verdachte had zich beroepen op een onjuiste interpretatie van artikel 8.12 van de Wet dieren, hetgeen door het hof werd verworpen.
Er zijn ernstige bezwaren tegen verdachte met betrekking tot meerdere feiten over een periode van een half jaar, mede onderbouwd door DNA-onderzoek en omstandigheden van aantreffen. Het hof acht het recidivegevaar uitdrukkelijk aanwezig en wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, omdat het belang van verdachte bij vrijlating niet opweegt tegen de maatschappelijke veiligheid.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep tegen de verlenging van de voorlopige hechtenis af en het verzoek tot schorsing wordt eveneens afgewezen.