ECLI:NL:GHAMS:2017:4081
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep officier van justitie tegen schorsing voorlopige hechtenis verdachte
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep van de officier van justitie behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die de voorlopige hechtenis van verdachte had geschorst. De verdachte, geboren in 1998, was voortvarend bezig met het hervatten van zijn schoolgang en solliciteerde serieus naar een bijbaan. Tevens werkte hij mee aan een psychologisch onderzoek.
Het hof heeft de stukken en de argumenten van het openbaar ministerie zorgvuldig gewogen, maar heeft geoordeeld dat de schorsingsbeslissing in stand kan blijven. Daarbij heeft het hof ook meegewogen dat de inhoudelijke behandeling van de strafzaak reeds gepland stond voor 31 oktober 2017, waardoor de voorlopige hechtenis niet langer onnodig zou worden verlengd.
De advocaat-generaal en de raadsheren hebben in raadkamer de afwijzing van het hoger beroep uitgesproken. Hiermee blijft de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte gehandhaafd, hetgeen betekent dat de verdachte voorlopig niet in detentie blijft totdat de zaak inhoudelijk wordt behandeld.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de officier van justitie af en handhaaft de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.