ECLI:NL:GHAMS:2017:3902
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.G. Kleene-Eijk
- R.J.F. Thiessen
- I.A. Haanappel-van der Burg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens kennelijk onredelijk ontslag net voor pensioenleeftijd met schadevergoeding
Appellant, geboren in 1950 en sinds 1992 in dienst bij DNATA, werd op 29 juli 2014 ontslagen met ingang van 1 september 2014, een jaar voor zijn pensioenleeftijd. DNATA had toestemming van het UWV gekregen wegens bedrijfseconomische redenen. Appellant was tijdens de opzegtermijn arbeidsongeschikt en ontving een WW-uitkering en vroegpensioenuitkering, waarbij het vroegpensioen ten koste ging van zijn WW.
Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de ernstige gevolgen, waaronder het eerder moeten laten ingaan van zijn pensioen, waardoor hij financieel benadeeld werd. DNATA bood een outplacementbudget en vrijstelling van werk tijdens de opzegtermijn, maar appellant maakte hier geen gebruik van. De kantonrechter wees de vordering af, maar het hof oordeelde anders.
Het hof stelde dat gezien de leeftijd, het lange dienstverband, de slechte arbeidsmarktperspectieven en het feit dat het ontslag kort voor de pensioendatum plaatsvond, het ontslag kennelijk onredelijk was. DNATA had onvoldoende onderbouwd dat zij appellant niet meer tegemoet kon komen. Het hof kende daarom een schadevergoeding van €15.000 bruto toe, lager dan gevorderd, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 september 2014. Tevens werd DNATA veroordeeld in de proceskosten en tot terugbetaling van betaalde proceskosten in eerste aanleg.
Uitkomst: Het gerechtshof oordeelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is en kent een schadevergoeding van €15.000 bruto toe.