ECLI:NL:GHAMS:2017:3898
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst wegens ontbreken schriftelijke toestemming en stuiting verjaring
In deze civiele procedure stond de geldigheid van een leaseovereenkomst uit 2001 tussen appellant en Dexia Nederland B.V. centraal. De echtgenote van appellant had de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen wegens het ontbreken van haar schriftelijke toestemming, zoals vereist onder art. 1:88 en Pro 1:89 BW. De kantonrechter had de vorderingen van appellant afgewezen wegens verjaring, maar het hof nam dit niet over.
Het hof stelde vast dat de leaseovereenkomst als koop op afbetaling (huurkoop) kwalificeert en dat de echtgenote het recht had om de overeenkomst te vernietigen. Cruciaal was de vraag of de verjaringstermijn van drie jaar was gestuit. Het hof volgde de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad dat de collectieve procedure van 13 maart 2003 tegen Dexia de verjaring stuitte, waardoor de vernietiging bij brief van 6 januari 2006 tijdig was.
De vorderingen van appellant werden daarom toegewezen, waaronder de terugbetaling van reeds betaalde bedragen. De vorderingen van Dexia werden afgewezen en Dexia werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door drie rechters van het Gerechtshof Amsterdam op 26 september 2017.
Uitkomst: De leaseovereenkomst is rechtsgeldig vernietigd en Dexia moet € 3.467,30 terugbetalen met rente.