ECLI:NL:GHAMS:2017:3856

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 september 2017
Publicatiedatum
25 september 2017
Zaaknummer
R 000344-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77dd SrArt. 77cca SrArt. 89 SvArt. 90 SvArt. 91 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verzoek schadevergoeding vrijheidsbeneming

Appellant verzocht de rechtbank om een schadevergoeding van €17.865,00 vanwege geleden schade door vrijheidsbeneming op grond van artikel 77cca Sr in een strafzaak. De rechtbank wees dit verzoek af. Tegen deze afwijzing stelde appellant hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof nam kennis van de stukken en hoorde partijen en de advocaat-generaal. De advocaat-generaal concludeerde tot toewijzing van het verzoek, maar het hof moest beoordelen of hoger beroep tegen een beslissing op grond van artikel 77dd, vijfde lid, Sr überhaupt mogelijk is.

Het hof overwoog dat de wetgever expliciet heeft bepaald dat geen hoger beroep openstaat tegen beslissingen van de rechtbank op verzoeken op grond van artikel 77dd Sr. Dit volgt uit de samenhang met bepalingen uit het Wetboek van Strafvordering en het ontbreken van een wettelijke mogelijkheid tot hoger beroep.

Daarom verklaarde het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en beval onverwijlde betekening van deze beschikking. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 15 september 2017.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Rekestnummer: R 000344-17 (77dd Sr HB)
Parketnummer in eerste aanleg: 14/811022-12
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 8 februari 2016 op het verzoekschrift op de voet van artikel 77dd, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
[adres] .

1.Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ten laste van de Staat, tot een bedrag van € 17.865,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane vrijheidsbeneming uit hoofde van artikel 77cca Sr in de strafzaak met voormeld parketnummer.

2.Procesverloop

De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.
Het hoger beroep is ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 21 juli 2017 de advocaat-generaal, appellant en diens advocaat ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.

3.Beoordeling van het hoger beroep

Het hof overweegt als volgt.
Appellant komt in appel tegen de afwijzing door de rechtbank van zijn verzoek om vergoeding van schade op de voet van artikel 77dd, vijfde lid Sr.
Het hof overweegt dat in dat artikellid de artikelen 89, eerste lid, tweede volzin, tweede lid, en zesde lid, 90 en 93 Sv van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Artikel 91, eerste lid Sv –waarin wordt voorzien in de mogelijkheid van hoger beroep van beslissingen van de rechtbank op verzoeken op de voet van artikel 89 Sv Pro- is daarin niet van overeenkomstige toepassing verklaard en ook elders is in de wet niet voorzien in de mogelijkheid van hoger beroep. Gelet op het voorgaande heeft de wetgever er kennelijk uitdrukkelijk voor gekozen geen hoger beroep open te stellen van beslissingen van de rechtbank op de voet van artikel 77dd Sr.
Gelet op het voorgaande zal het hof appellant niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

4.Beslissing

Het hof:
Verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. M.F.J.M. de Werd, J.L. Bruinsma en A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 15 september 2017.