ECLI:NL:GHAMS:2017:35

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 januari 2017
Publicatiedatum
10 januari 2017
Zaaknummer
13/845026-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 87 SvArt. 406 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing voorlopige hechtenis

De verdachte had bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis, dat werd afgewezen. Vervolgens stelde hij hoger beroep in tegen deze afwijzing. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte reeds eerder op 17 augustus 2016 hoger beroep had ingesteld tegen een eerdere afwijzing van een verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis.

Op grond van artikel 87, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een verdachte slechts eenmaal in hoger beroep komen tegen een afwijzing van een verzoek tot schorsing of opheffing van voorlopige hechtenis. Hierdoor is het huidige hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De raadsman van de verdachte was niet aanwezig bij de behandeling van het hoger beroep in raadkamer en de verdachte had afstand gedaan van zijn recht om gehoord te worden. Het hof heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opheffing van voorlopige hechtenis is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

13/845026-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1951,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 november 2016, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal. De verdachte heeft afstand gedaan van zijn recht te worden gehoord. De raadsman is zonder nadere berichtgeving niet bij de behandeling in raadkamer verschenen.

De beoordeling

Op grond van het bepaalde in artikel 87, tweede lid, Sv kan de verdachte die aan de rechtbank schorsing of opheffing van de voorlopige hechtenis heeft verzocht, slechts eenmaal van een afwijzende beslissing op een verzoek om schorsing of opheffing van de voorlopige hechtenis in hoger beroep te komen.
Nu het hof reeds op 17 augustus 2016 heeft beslist op een door de verdachte ingevolge artikel 406, tweede lid, Sv ingesteld hoger beroep tegen een afwijzing door de rechtbank van een ter terechtzitting gedaan verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis, is de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 87, tweede lid, Sv, niet-ontvankelijk in zijn beroep.

De beslissing

Het hof:
Verklaart de verdachte NIET-ONTVANKELIJK in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven op 4 januari 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.F.J.M. de Werd en A.M. Ruige, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
13/845026-15
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 4 januari 2017,
de advocaat-generaal