ECLI:NL:GHAMS:2017:3462

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 augustus 2017
Publicatiedatum
31 augustus 2017
Zaaknummer
15/870919-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 132 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen schorsing voorlopige hechtenis wegens retweet ISIS-bericht

De zaak betreft het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland die de voorlopige hechtenis van verdachte schorste. Verdachte had een retweet geplaatst waarin hij de aandacht vestigde op een mediakanaal van ISIS en daarbij Arabische woorden toevoegde die 'helpers van het Kalifaat in Nederland' betekenen.

De verdediging voerde aan dat verdachte slechts de locatie en het mediakanaal had gedeeld zonder verantwoordelijkheid te dragen voor de inhoud van latere boodschappen. Het hof volgde dit niet, mede gezien de ernst van het feit en de actuele maatschappelijke context.

Het hof overwoog dat het recidivegevaar groot is en dat het maatschappelijk belang bij voortzetting van de voorlopige hechtenis zwaar weegt. Verdachte komt uit een land waar ISIS actief is, waardoor bekendheid met de organisatie en haar gedachtengoed wordt aangenomen. Verdachte ontkende aanvankelijk de retweet te hebben verzonden, en er is onvoldoende informatie over zijn persoonlijkheid om het recidivegevaar te beperken.

Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank die schorsing van de voorlopige hechtenis toestond en handhaaft de voorlopige hechtenis zonder schorsing.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt gehandhaafd en de schorsing vernietigd wegens ernst van het feit en recidivegevaar.

Uitspraak

15/870919-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep van de officier van justitie in de zaak van
[appellant] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
wonende te [adres] ,
tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 16 augustus 2017, houdende schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte voornoemd.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 18 augustus 2017, waarbij door de officier van justitie hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadslieden, mrs. T.M.D. Buruma en F. Dölle.

De beoordeling

De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte slechts heeft ge-
retweet, de aandacht heeft gevestigd op het mediakanaal van ISIS en zijn locatie heeft doorgegeven, maar dat hij daarmee niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoud van de latere boodschap die via dat mediakanaal is verkondigd.
Het hof volgt de raadsvrouw daar vooralsnog niet in, met name nu de verdachte ook de Arabische woorden:
Ansar a-Khilafah fi Holandi(helpers van het Kalifaat in Nederland) aan de
tweetheeft toegevoegd.
Gelet hierop en gezien de actualiteit is het hof van oordeel dat het onder 2 op de vordering inbewaringstelling vermelde feit zeer ernstig is. In deze zaak ligt het recidivegevaar ten grondslag aan het bevel voorlopige hechtenis. In het geval van het gevaar van recidive voor een zodanig ernstig feit is er een groot maatschappelijk belang bij het voortduren van de voorlopige hechtenis. Daarbij overweegt het hof dat de verdachte afkomstig is uit een land waar ISIS oorlog voert, zodat de verdachte bekend kan worden verondersteld met de organisatie als zodanig en het gedachtengoed daarvan. De verdachte heeft voorts in eerste instantie ontkend dat hij deze
tweetverzonden heeft. In die omstandigheden en nu nadere informatie over de persoonlijkheid van de verdachte ontbreekt kan door het hof onvoldoende worden ingeschat of het recidivegevaar voldoende kan worden ingeperkt door het stellen van voorwaarden, zoals een social mediaverbod en een enkelband.

15.870919-17

De beslissing

Het hof:
VERNIETIGT de beschikking waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven op 30 augustus 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en N.R.A. Meerbeek, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 30 augustus 2017,
de advocaat-generaal