ECLI:NL:GHAMS:2017:3399
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen verlenging voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland tot verlenging van zijn voorlopige hechtenis. De zaak betrof ernstige bezwaren tegen de verdachte in verband met verdovende middelen en contactmomenten met getuigen.
Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Op basis van het aantal contactmomenten met de telefoon van de verdachte, verklaringen van getuigen en aangetroffen hoeveelheden verdovende middelen en geld, achtte het hof ernstige bezwaren aanwezig.
Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat de persoonlijke omstandigheden niet opwogen tegen het maatschappelijk belang. Het hof oordeelde tevens dat artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering niet van toepassing was.
De beschikking van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep en het verzoek tot schorsing werden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.