Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak feit 1
Vrijspraak feit 2
opzettelijk gewelddadigsteeds heeft bewogen in een andere richting dan waarop de verbalisant verdachte wilde hebben zoals is tenlastegelegd.
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd verdacht van wederspannigheid tegen een opsporingsambtenaar op 5 oktober 2013. De tenlastelegging omvatte twee feiten: het belemmeren van een opsporingsambtenaar bij zijn taak en het zich met geweld verzetten tegen deze ambtenaar, waarbij lichamelijk letsel zou zijn toegebracht.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het dossier en de processtukken bestudeerd en geconcludeerd dat onvoldoende bewijs bestaat voor het eerste feit, omdat niet is vastgesteld dat de opsporingsambtenaar een onbekende persoon had aangehouden. Voor het tweede feit oordeelt het hof dat hoewel verdachte niet meewerkte en er sprake was van een valpartij, niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte zich opzettelijk gewelddadig verzette in de zin van artikel 180 Sr Pro.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij is in eerste aanleg deels toegewezen, maar nu verdachte in hoger beroep is vrijgesproken, verklaart het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat deze bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en verdachte wordt vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van wederspannigheid wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk gewelddadig verzet.