ECLI:NL:GHAMS:2017:3137
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- W.H.F.M. Cortenraad
- C.M. Aarts
- R.J.F. Thiessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over billijke vergoeding bij niet voortzetten arbeidsovereenkomst bepaalde tijd
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer die aanspraak maakte op een billijke vergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 BW Pro, nadat zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet werd voortgezet door de werkgever Colliers International Agency B.V.
De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor de periode van 1 juni 2015 tot en met 31 mei 2016, waarbij uitdrukkelijk was opgenomen dat de overeenkomst niet automatisch zou worden verlengd. De werknemer was Head of Capital Markets en had recht op een bonusregeling gekoppeld aan de EBITDA van zijn afdeling.
De werkgever besloot de overeenkomst niet voort te zetten, hetgeen aan de werknemer op 18 april 2016 werd meegedeeld. De werknemer stelde dat het besluit onredelijk was en dat er sprake was van ernstig verwijtbaar handelen, onder meer omdat hij de kans op toetreding als Equity Partner misliep en een aanzienlijke bonus misliep.
Het hof oordeelde dat de werkgever ruime vrijheid had bij het besluit de overeenkomst niet voort te zetten en dat dit niet onredelijk was. Er was geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. De intentie om de werknemer mogelijk als Equity Partner toe te laten deed hieraan niet af. De verzoeken tot toekenning van een billijke vergoeding werden daarom afgewezen en de kosten werden aan de werknemer opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot billijke vergoeding wegens het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, omdat geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is vastgesteld.