Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak is een klacht ingediend tegen een toegevoegd gerechtsdeurwaarder vanwege het vermelden van het geheime privéadres van klager in een exploot. Klager, die tevens bewindvoerder is, stelde dat dit adres afgeschermd was volgens de BRP en het Handelsregister en dat de vermelding daarvan onrechtmatig was. De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klacht gegrond verklaard en een berisping opgelegd.
De gerechtsdeurwaarder voerde in eerste aanleg aan dat hij niet tuchtrechtelijk laakbaar had gehandeld omdat het exploot aan klager zelf was gericht en de privacy daardoor voldoende was gewaarborgd. In hoger beroep wijzigde hij zijn standpunt en stelde dat hij een juiste afweging had gemaakt door het adres te vermelden, aangezien klager zelf de bewoner was en het exploot alleen aan hem werd betekend.
Het hof overwoog dat de gerechtsdeurwaarder de gegevens op grond van de Wet BRP had verkregen en dat de klacht over de vermelding van het geheime adres in het exploot niet tuchtrechtelijk laakbaar was. Het hof benadrukte dat het aan de burgerlijke rechter is om te beoordelen of een exploot met vermelding van een geheim adres voldoet aan de eisen van artikel 45 lid 3 Rv Pro. Gezien de rechtsonzekerheid en de omstandigheden van de zaak oordeelde het hof dat de klacht ongegrond is en vernietigde het de beslissing van de kamer.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wegens vermelding van het geheime privéadres in het exploot is ongegrond verklaard.